HILDEGARD MICHAELIS
“Wie naar de abdij van St. Lioba in Simiane komt, wordt getroffen door de schoonheid en de vrede van deze plaats, door het innige gebed in de vieringen en door de vreugde en de eenvoudige, oprechte liefde die de monniken en monialen uitstralen.”(Brief van een gast)
In 1966 begint Hildegard Michaelis aan één zijde verlamd, te schilderen met haar linker hand. Alle kunstwerken, zowel zij die geïnspireerd zijn door de bijbel als door de natuur of de schoonheid van de vormen, allen drukken dezelfde vreugde, hetzelfde licht uit, alle worden gekenmerkt door haar zoeken van God, bron van alle schoonheid.
Zij sterft op 8 juli 1982 en laat aan de zusters en broeders de zorg na om de missie die God haar heeft toevertrouwd voort te zetten. Dit heeft zij in een van haar brieven als volgt uitgedrukt: “als je zo door het geloof weet, dat het je roeping is liefdesapostel te zijn door het gebed en werk hier verricht, je zult zien iedere houtsnede wordt een geschenk van God aan de ene die geeft en de ander die ontvangt en dit is een wederzijdse uitwisseling, want door God’s goedheid geven beiden in dit geval en beiden ontvangen. En als jouw liefde machtig is, dan geef je iedere keer ook van haar over en weer.”






De monastieke familie van St. Lioba is gesticht in 1935 door Hildegard Michaelis. In 1900 is zij geboren in Erfurt, was leerlinge aan de kunstacademie te Hamburg, en werd een bekend kunstweefster die in verschillende landen tentoonstellingen hield van haar weefsels en tapijten.
Op 28-jarige leeftijd had zij zich, na lang zoeken, tot het katholieke geloof bekeerd en aangetrokken door het benedictijnse leven, de schoonheid van de liturgie, sticht Hildegard Michaelis in 1935 een eerste klooster in Nederland, gevolgd door een klooster in Zwitserland en vervolgens in Frankrijk in Simiane-Collongue. Het hart van het monastieke leven is voor haar : God zoeken en Hem een totaal vertrouwen schenken, groeien in liefde gedurende heel zijn leven – “het is aan de liefde van de een voor de ander waaraan men herkent dat U mijn leerlingen bent” – en met vreugde en zorg dienen daar waar het wordt gevraagd.
Het werk van de gemeenschappen staat allereerst ten dienste van de schoonheid van de liturgie: “wie heeft meer recht op de schoonheid dan Hij die alles geschapen heeft”? Hildegard wenst dat elk werk, hoe klein ook, wordt gekenmerkt door een schoonheid, die de mens uitnodigt om verder te kijken dan de uiterlijke schijn van dingen en die tot een innige relatie met de Schepper leidt.