Sint Lioba
Lioba is geboren in Zuid Engeland aan het begin van de 8e eeuw en kreeg de naam Thruthgeba. In het klooster van Wimbourne, een dubbelklooster van monniken en monialen, leert zij reeds jong de Bijbel lezen en omwille van haar lieflijk karakter krijgt zij de bijnaam Lioba, wat in het keltisch «liefde, goedheid” betekent.
Uit haar jonge jaren is een brief aan haar oom en missionaris sint Bonifatius (675-754) bewaard gebleven. Zij schrijft hem haar verlangen Bonifatius, -de missionaris in het verre land- als haar broeder te mogen beschouwen.
St. Bonifatius, die ervan overtuigd is dat zonder de aanwezigheid van biddende vrouwen, die als een stralend licht in zijn missiegebied aanwezig zullen zijn, het Evangelie niet kan worden verspreid, nodigt Lioba uit om de zorg voor de pas bekeerde jonge vrouwen op zich te nemen ; zij zullen zoals de monniken hun gehele leven aan God wijden. Lioba
verlaat, zoals Abraham, haar land en sticht haar eerste klooster in Tauberbischofsheim wat een stille verblijfplaats voor de missionarissen wordt.
De geschiedschrijver Rudolf van Fulda schrijft in 836 dat Bonifatius Lioba, niet alleen beminde omwille van hun verwantschap maar nog meer om haar heiligheid van leven en haar wijsheid. Zijn verbondenheid met Lioba die hij “zijn troost op zijn pelgrimstocht” noemt, was zo innig dat Bonifatius verlangde, dat als hij kwam te overlijden, zijn gebeente op een dag samen met het gebeente van Lioba begraven zou worden, opdat zij, verenigd in hun leven, ook samen uit de dood zouden verrijzen.
Als Bonifatius aan het einde van zijn leven nog een keer naar zijn eerste missiegebied, het land der Friezen terugkeert, waar hij voorvoelt dat hij de marteldood zal sterven, laat hij dan ook zijn broeders een linnen doek meenemen om zijn gebeente naar Fulda over te brengen. Lioba sterft op 28 september 782 en haar relieken rusten naast die van St. Bonifatius in Fulda.