Het gebed van de Psalmen, die een uitdrukking zijn van de voortdurende samenspraak tussen God en zijn volk en die Jezus zelf heeft gezongen als ook zijn eerste leerlingen, deze zelfde psalmen brengen de zusters en de broeders zeven keer per dag samen om Gods lof te zingen. Zo groeit in ieder een liefdesrelatie met de onzichtbare drieëne God.
Tijdens de gebedsuren wordt ook geluisterd naar passages uit de bijbel en in een gebed van voorspraak, aan het eind van elke viering smeekt de monnik God voor zijn kerk en voor onze wereld.
Het gemeenschappelijke gebed is tegelijkertijd een persoonlijk gebed waar ieder groeit in het mysterie van Gods liefde. God kan ons hart onverwachts raken, ons uitnodigen om ons te bekeren, ons troosten, ons gelukkig maken door zijn tegenwoordigheid.
Maar om echt te leven in tegenwoordigheid van God verlangt ieder, zoals Jezus, dit gesprek met de Vader in zijn hart voort te zetten in de stilte en eenzaamheid, maar ook tijdens de ontmoeting met een broeder, een zuster.
«O God dat ons hart U mag eren:
Dat door gezang onze stem mag klinken voor U.
Dat onze zuivere liefde U mag beminnen;
Dat onze ziel U mag aanbidden.»
St. Ambrosius